zaterdag 1 mei 2021

Doen door niet te doen - bij het overlijden van Kristofer Schipper

Door Emilie van de Raa 
(inleiding op het gesprek bij de bijeenkomst op 3 april 2021 van de groep 'Tao-zen oefenen') 


Onderstaand citaat komt uit een artikel in de Volkskrant van 26 februari 2021 bij het overlijden van Kristofer Schipper, sinoloog en Taoïst. 

 ... de Tao is slechts een naam die wordt gegeven aan het auto-regulerende principe dat beantwoordt aan de natuur van de kosmos. De vier centrale begrippen uit het taoïsme laat Schipper onvertaald: yin, yang, qi en Tao, dat letterlijk ‘weg’ betekent; een woord dat het begrip geen recht doet en vooral tot gezwets in de ruimte leidt (‘de weg is het doel’). De sleutelterm wuwei, die meer dan honderd keer in Lao Zi’s geschriften voorkomt, vertaalde hij wel, met ‘niets doen’. Het staat voor relativeren, niet ingrijpen in de natuurlijke ontwikkeling. ‘Weten dat je niet weet, dat is het hoogste’, schreef Lao Zi.  

Hieronder heb ik twee teksten gedeeltelijk uitgetypt, die ik voor mijn inleiding heb uitgelicht. Deze teksten uit het interview van Jacqueline Oskamp met Kristofer Schipper (uitgezonden door de BOS) en het gedeelte uit de lezing van Maarten Houtman, zal ik in het gesprek met elkaar proberen te verbinden. Uitgangspunt is mijn ervaring dat het niets-doen mij telkens weer verbazingwekkend veel moeite kost.

interview van Jacqueline Oskamp met Kristofer Schipper


 

[NB Het woord 'interviewster' is afgekort door: Itv ]
 
- Itv: Waarom heeft u eigenlijk het woord 'TAO' niet vertaald?
- KS: Het is niet te vertalen want er is de traditionele vertaling “weg”, maar dat is weer in de betekenis van een soort van leer, een weg die je moet bewandelen, een soort voorbeeld dat je kunt volgen, de weg van de mens ... maar hier gaat het om iets heel anders. Het gaat om een kosmisch principe, het metafysische, transcendente principe van de Kosmos als een autoregulerend, autonoom systeem. Het leven zelf zoals zich dat op aarde en in het universum manifesteert volgens een wetmatigheid die wij niet kennen, die wij niet doorgronden, maar die wel degelijk bestaat. Dat is de Tao. 

- Itv: Eigenlijk is het ook vreemd omdat een van de belangrijkste beelden die steeds in de tekst terugkomt de oer-chaos is. Dat staat natuurlijk helemaal haaks op het idee van een weg. 
- KS: het is de modaliteit van de chaos, dat is wat echt is, ons echte zijn, ons echte bestaan. Het bestaan wat wij kennen is chaos van leven en dood. Wij komen uit de chaos en wij gaan terug naar de chaos en dat is de realiteit. En die realiteit volgt een bepaald kosmisch proces van wording, van schepping en van vergaan, dat volkomen auto-regulerend is, maar waar het fundament, deze entropie, deze chaos… Onze  ideeën van tijd, van ruimte en meer nog van ons eigen zijn, van onze eigen persoonlijkheid, van onze eigen heilsverwachting zijn schimmen, dingen die spontaan uit ons wezen voortkomen en die vluchtig zijn. Op die manier benadert het Taoïsme natuurlijk zeer het boeddhisme. 
“Zoek de hoogste leegte. Bewaar de diepste stilte. Dan verrijzen alle dingen tezamen. Stil zittend aanschouw ik hun terugkeer. Ja, alle dingen hebben hun bloeitijd en gaan dan terug tot waar ze vandaan kwamen. Terug gaan tot de oorsprong heet verstillen. In stilte keer je terug tot je lotsbestemming. Dat is het onveranderlijke. Zij die het onveranderlijke kennen, zijn verlicht. Zij die dit negeren, doen in het wilde weg rampzalige dingen. Het onveranderlijke kennen, maakt vergevingsgezind. Wie vergevingsgezind is, is universeel. Universeel zijn, brengt soevereiniteit. De soeverein vertegenwoordigt de hemel. Van de hemel komen we bij de Tao. De Tao maakt dat alles voortduurt, ook al vergaat het lichaam. Er is niets te vrezen.” 
- Itv: Een begrip dat vaak terugkomt is spontaniteit, u noemt het ook al … Is dat dan de manier waarop een mens in een hele lichte vorm die chaos kan weerspiegelen? 
 - KS: [lacht..] was het maar zo. Nee, spontaniteit, de dingen zijn zoals ze zijn. Dat is een kwalificering van dat proces … het auto-regulerende, het uit zichzelf zijn ... Kunnen wij dat ooit benaderen? Doe maar spontaan, wees spontaan, doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Eigenlijk zou je als Taoïst moeten zeggen: “Doe maar gek, dan doe je al gewoon genoeg”. Het omdraaien. Er zijn veel passages in de Tao Teh King waar dus spreekwoorden worden omgedraaid. Om de relativiteit van onze heilige huisjes te laten zien. Die spontaniteit terugvinden - die is niet terug te vinden, die hebben wij verloren, die bestaat niet in onze schepping. Of, die bestaat, maar die kunnen wij niet benaderen, die kunnen wij niet kennen. We kunnen alleen constateren dat hij zo is. Ik denk dat de taoïstische kosmologie, hoezeer die toch ook in de huidige wetenschap, zowel in de relativiteitstheorie als in de kwuantumfysica, bewaard wordt (daar hoeven we niet verder op in te gaan). Maar het is wel degelijk zo dat wat wij zo langzamerhand ontdekken, nu we ons meer interesseren - gelukkig maar - voor het milieu en de milieuproblemen en de manier waarop het leven en de aarde zich in stand houden - dat er op de aarde, laten we zeggen een soort moeder Chaia, een soort van auto-regulerend principe volgt in het maken van het leven en in de hele evolutie van de natuur en van al wat leeft. En dat komt zeer overeen met het idee van de Tao. 

- Itv: Het is natuurlijk ook de vraag hoe je je als mens moet verhouden tot die chaos. In het nawoord schrijft u: meditatie wordt wel gezien om er contact mee te krijgen 
- KS: Het mag allemaal (…. er zijn honderden methodes, ze zijn allemaal goed ...) er is niets te verhouden... Maar het is wel zo dat we er goed aan doen om van tijd tot tijd eens op te houden. En als ik het taoïsme nu zou moeten kwalificeren als een soort van levenshouding, levenswijsheid, dan geloof ik dat het meest directe is van: 'stop maar', 'laat maar', 'woe wee', nauw verbonden met het idee van spontaniteit. Dus laat de dingen maar spontaan zo gaan. Dat niets doen, daar heb we veel over gepraat met vrienden. Veel dachten: 'niet' doen. Het is niet niet doen, er staat echt in het Chinees NIETS doen, maar laten, de zaak op zijn beloop laten. De taoïstische gedachte als een soort van levensfilosofie, levensbeschouwing is een soort van remming, je moet stoppen. Dat idee wordt prachtig uitgewerkt in de Zhuang Zi. Dit is in veel opzichten een soort commentaar op …(niet te verstaan) en vertaalt dat in allerlei leuke anekdotes en beschouwingen. Ophouden, dat is heel waar, alles heeft een rem nodig. Een auto kan niet gebruikt worden zonder dat er remmen op zitten. Wij kunnen niet leven zonder van tijd tot tijd te stoppen. En te slapen en te rusten. Een groot deel van ons leven is rusten en slapen en misschien, of wel zeker, hechten we daar niet genoeg waarde aan, weten we niet dat een groot gedeelte, een belangrijke roeping van ons leven, niets te doen is … dus te rusten. Als dus de meditatie beschreven wordt in de Zhuang Zi, dan is dat precies dat. Dat is helemaal niks doen, zitten en ophouden, zitten en nergens aan denken, maar zitten en vooral ophouden, en vooral ophouden op te houden. Want als je denkt: ik moet ophouden, ophouden… dan ben je nog bezig met dat ophouden. Je moet boven dat ophouden verder gaan en helemaal ophouden. Hoe dat te doen? Nou ja , alle methodes zijn best, je kunt gaan zitten op de boeddhistische Zen manier. De Chinezen mediteerden liever liggend, maar je kunt ook staand niets doen, zoals in bepaalde vormen van Chi Kong (...) een trektocht te voet (…) etc. Ieder vindt dat voor zichzelf. Ieder weet waar hij zijn rustpunt heeft, waar hij lekker eens helemaal niets hoeft te doen Het is vooral een houding, het is heerlijk om niets te doen.
“Doen door niets te doen, grijp in door op te geven. Proef wat geen smaak heeft. Eer het kleine als groot, wat weinig is als veel. Beantwoord haat met innerlijke kracht. Bereid je voor op het moeilijke, zolang alles nog makkelijk is. Doe iets groots terwijl alles nog klein is, want de moeilijkste dingen in de wereld komen uit wat eens eenvoudig was. De grootste kwesties uit wat aanvankelijk klein was. Daarom streeft de wijze nooit naar het grote. Daarom is de wijze in staat het grote te verwezenlijken.”
 (...) Confucianisten waren doodsbang voor de chaos (…). We kunnen de chaos niet toelaten, die hebben we, die is er gewoon, dat is de realiteit (…) 

- itv: …..Het taoisme zegt: taal is maar zeer beperkt (opening van de Tao te King) … tegenover de Confucianisten die juist alles willen benoemen zodat het maar gelabeld is. 
- KS: Precies, wij mensen, wij zijn taal. we praten, wij zijn pratende wezens en door alles een naam te geven creëren we die geestelijke dimensie die ons moet beschermen tegen wat echt is. Dus aan de ene kant alle autoriteit, alle leer, onze ouders, onze meesters, onze goden, onze denksystemen etc., die ons zogenaamd moeten zeggen wat we wel en niet moeten doen … welles en nietes… En aan de andere kant de illusie van ons zelf van wie we zijn hoe we onszelf zien, hoe we hopen dat anderen ons zullen accepteren, onze begeerte naar de andere mensen die we willen liefhebben, dat is allemaal een taal. Wat we eten, wat we aan hebben, dat zijn allemaal tekens. Het zijn tekens, maar de betekenis van de tekens, daar komen we nooit uit. Dat heeft het Taoïsme op ongelooflijk incisieve manier gezien. Vandaar dat dit boekje, ondanks de vele interpretaties en de slechte vertalingen - waaraan ik er nog eentje heb toegevoegd - mensen toch iets blijft zeggen. Men voelt gewoon dat het allemaal van een heel andere kant zien, toch ook een zekere waarde heeft. 

Hierna een stuk tekst uit een lezing van Maarten Houtman:  ‘De wortel van je werkelijkheid


[6'50"] En een van de meest kwalijke zaken is dat we erg veel praten. Maar dat hoeft niet met je mond te zijn, gewoon voor jezelf, in je hoofd. We praten honderd uit en we merken het niet. Dat is wat de zen-meditatie voor veel mensen heel zwaar en heel moeilijk maakt, omdat, ja, je kunt natuurlijk wel op je kussentje zitten en dan praten in je hoofd, maar dat is wel heel vervelend. Nou is het gelukkig zo dat we niet allemaal perfect zitten direct, dus dan heb je nog een beetje pijn ergens, dus dan heb je iets om over te zeuren. Of je hebt een probleem, dan kun je daar over zeuren. Maar in beide gevallen kom je dus niet bij de wortel van je werkelijkheid. [8'05"] Die wortel van je werkelijkheid is dat je nooit stil bent, nooit leeg bent, altijd iets doet. En daar kun je allerlei namen aan geven, maar het feit is dat je niet in staat bent om niets te doen, om rustig alles wat in jezelf plaatsheeft en alles wat buiten jezelf plaatsheeft, zonder commentaar tot je toe te laten. Dat is eigenlijk de meest natuurlijke staat die er is. Dat je zowel wat in jezelf gebeurt als wat buiten je gebeurt, rustig op je in laat werken en je niet bezorgd maakt – want dat is wat héél veel mensen doen – je niet bezorgd maakt of er wel een antwoord in jezelf zal zijn op dat wat er om je heen gebeurt, en in jezelf gebeurt. We zijn zo geworden dat we aldoor antwoorden willen, dat het aldoor zinnig moet zijn, zowel buiten ons als binnen ons. En dat gaat uit van een misvatting, het gaat uit van de misvatting dat we antwoorden kúnnen krijgen. Antwoorden komen tot je, maar je kunt ze niet krijgen. Je kunt ze ook niet aan iemand vragen. Als de tijd rijp is, dan komt het. En daarvoor moet je eerst in staat zijn om te luisteren, in staat zijn om te kijken, en om te horen. Dat betekent weer dat je leeg en stil moet zijn. Want anders, als dat antwoord toevallig tot je komt, waar je niet om gevraagd hebt, dan kun je het niet horen als je niet stil bent. Dat is voor ons een moeilijke zaak: te beseffen dat de wezenlijke dingen pas gehoord kunnen worden als je stil bent. En dat ‘zitten’ wat we doen, dat kan daarbij een hulp zijn. Je kunt dan gaan opmerken hoe onrustig je bent. En of je daar boos over bent of dat je daar geërgerd over bent, dat doet eigenlijk niet ter zake. Belangrijk is dat je op kunt merken dat je niet stil bent... [12'44"] 

Verband tussen de twee teksten en de relatie met mijzelf 

De aanleiding van het thema ‘doen door niet te doen’ was de tekst bij de overlijdensadvertentie van Kristofer Schipper:

“De Tao maakt dat alles voortduurt, ook al vergaat het lichaam, er is niets te vrezen.”

Ik zocht de naam ‘Kristofer Schipper’ op internet en kwam zo op het interview met hem van de BOS dat uit twee delen bestond. Daaruit trof mij nog het meest zijn uitspraak over ‘het ophouden’. Zijn uitleg had eenzelfde resonantie als Maarten tijdens zijn lezing: ‘De Wortel van de werkelijkheid’.
Maarten voegt nog een dimensie toe. Namelijk dat de oorzaak van je onrust kan liggen in de poging een antwoord te willen vinden op de chaos in jezelf en in de wereld. Als het antwoord er niet is, blijf je in je hoofd zoeken naar een oplossing. Dat is de wortel van de onrust. Dit mechanisme herkende ik. Maarten’s lezing stelde mij gerust. Ik hoef mij niet bezorgd te maken of ik wel een antwoord zal vinden op wat er om mij heen gebeurt, en over wat er in mijzelf gebeurt. De antwoorden komen vanzelf door rijping. Rijping kan je niet forceren, dat gebeurt vanzelf. Je kan een bloem niet aan zijn kopje uit de grond trekken. Ik raadpleegde nog diverse vertalingen van de Tao te King. Het ‘op zijn beloop laten’ is voor mij nog het best geformuleerde houvast van wat Tao als levenshouding is. Accepteren dat ik op het moment zogenaamd ‘niet productief’ ben. Wat er wel gebeurt, is dat ik geordend word. Ik krijg weer overzicht. Mijn onbewuste laat zien wat er onder de oppervlakte ligt te wachten. Mijn onbewuste heeft de leegte nodig om zich te durven tonen. Dat kan alleen als ik er de rust voor neem. Elke keer dat ik ga zitten, zie ik op tegen het onderbreken van wat ik aan het doen ben. In een andere omgeving, waar ik los ben van mijn eigen context, gaat het vaak beter. Ondanks de weerstand, ga ik toch zitten en merk ik de weldaad van de continuïteit in mijn meditatie die doorwerkt als ik weer opsta. Door alert te zijn op het thema doen-door-niet-te-doen, merkte ik dat mijn meditatie in de loop van de tijd veranderde. Ik kon op bepaalde momenten tijdens mijn bezigheden een moment stilhouden en afstand nemen. Bijvoorbeeld bij het koken. Ik was eigenlijk zo verbaasd over mijn innige gehechtheid aan het bezig zijn, dat die gehechtheid daardoor “over de top” raakte en verminderde. In de Tao te King staat: wil je het kwijt, maak het groot. Al met al was het bezig zijn met dit thema een grote paradox: intensief bezig zijn met een onderzoek naar “niets doen”. Bijna had ik nog drie boeken over het onderwerp gekocht, maar dat heb ik gelukkig achterwege gelaten. Mijn eigen ervaring was genoeg.

zaterdag 9 januari 2021

De dood van een slang

door Rien Heukelom

In 1963 kreeg mijn moeder sinds 22 jaar weer een vakantie. Het advies van de huisarts had gewerkt; mijn vader zou zijn vrouw eens een verzorgde vakantie moeten gunnen, zodat ze een week niet aan het onderhoud van de grote schoolwoning hoefde te denken, geen boodschappen hoefde te doen, zeven dagen per week het eten hoefde te koken, kleren te wassen, bedden te verschonen, te strijken, enz.
We reisden naar het Doopsgezind Broederschapshuis bij Elspeet, dat later ‘Mennorode’ ging heten. Daar kon mijn moeder één van haar oude liefhebberijen oppakken: fotografie. Ze vond er mensen die er enig verstand van hadden en haar leerden over diafragma, sluitertijd en belichting.

Tot 1970 gingen we elk jaar naar Elspeet. En elk jaar maakte mijn moeder een paar foto’s. Digitale fotografie was er nog niet; ze moest zuinig zijn op haar filmrolletjes. Toch zijn niet alle foto’s bewaard.

Eén van de mooiste foto’s die mijn moeder er maakte, was in 1966.
Het was een natte zomer. Het was avond en al donker. Enkele kinderen hadden hem ontdekt. Hij lag op een zandpad op het terrein van het Broederschapshuis. Opgewonden vertelden ze hun ouders, die in het hoofdgebouw aan de koffie zaten, dat een giftige slang op het zandpad lag.
IJlings werden grote en kleine zaklantaarns van de slaapkamers gehaald die in drie houten barakken verspreid op het terrein lagen. Tussen het hoofdgebouw en de barakken was geen verlichting. Mijn moeder liep met het groepje mee naar de plek des onheils. Haar camera hield ze met haar rechterhand aan het halsband vast. Op het ritme van de gejaagde stemmen over gevaarlijke beesten schoten lichtstralen langs bladerdekken, struiken en boomstammen.

Mijn moeder zweeg. Het was alsof ze weer in Indië was. Bewust stapte ze over elke schaduw heen. “In Indië zwijg je tijdens een nachtelijke wandeling en zelfs iedere schaduw laat je met rust,” had ze een keer tegen mij gezegd.

Ze boog zich over het dier. De stemmen verstomden. Het groepje schaarde zich op gepaste afstand achter haar. Niemand kende haar Indische verleden. Meer het leek erop alsof zij het antwoord moest geven op de vraag wat er met de slang moest gebeuren. Even was het heel stil.
Kort was de knak van een tak te horen en een zucht van boombladeren. De slang maakte een beweging in de richting van mijn moeder. Het leek de kop naar haar op te willen richten. Toen begon iemand vlak achter mijn moeder luid te roepen: “Dood dat mormel.” Instemmend geroep volgde. Ze zei nog dat ze in Indië wel vaker slangen had gezien en dat deze niet gevaarlijk was.

Ze nam hem met flits vlak voor een jongen als een volleerd messenwerper zijn zakmes achter de kop van het dier gooide. Mijn moeder staarde in een moment van ontzetting naar het gedode beest, voordat een andere jongen de dode slang, waarvan de kop nog voor de helft aan het lichaam hing, kloek bij de staart pakte en in de bosjes wierp.

Te midden van de jonge helden liep het groepje terug naar het hoofdgebouw. Sommige zaklantaarn lichten waren uit, anderen beschenen nonchalant het pad. Snel werd het groepje een schaduw in de lichten van het hoofdgebouw. Het bos had geen mening over het gevaar dat was afgewend. Mijn moeder keek ontgoocheld het groepje na. Ik stond een paar meter achter haar. Het pad werd langzaam leeg, donker en nstil. Er ging een koude rilling door me heen. Met de camera in haar hand liep mijn moeder alleen, bijna huilend, richting het hoofdgebouw. Mijn aanwezigheid merkte ze niet op.


NB Toen het klooster in Maarssen in 2005 niet langer beschikbaar was, kwamen er dankzij Rien sessies in Mennorode. In mei 2007 gaf Maarten Houtman daar zijn laatste sessie. [red.]

donderdag 20 augustus 2020

Terug naar Krishnamurti

“We maken onszelf kapot door onze stemmingen, door onze opgetogenheid of onze diepe depressies. We zijn te trots om onszelf te onderzoeken of ons aan onderzoek door een ander te onderwerpen. We staan geen kritiek toe. Elke relatie die de deur naar ons hart en onze geest zou kunnen openen, kappen we af. We worden zo slim in onze weerstand, dat het met de jaren steeds beter lukt. We spelen het klaar overal anderen de schuld van te geven. We hakken op andermans fouten om de onze te verbergen. We worden steeds achterdochtiger en zoeken wat achter iedere opmerking of daad. We sluiten ons meer en meer af en raken aldoor eenzamer en geïsoleerder. Had dat allemaal voorkomen kunnen worden? Wie moet het voorkomen? De wereld? Jij of ik”

J. Krishnamurti, in: Kan ik voorkomen dat ik mezelf te gronde richt? Convocatie sessie december 1999

door Hein Zeillemaker

Afgelopen zondag nam ik met een zen-genote deel aan de jaarlijkse ‘Krishnamurti- en Sterkamp Wandeltocht’ in Ommen – de plaats die jarenlang in de schijnwerpers stond, omdat Krishnamurti er in de vooroorlogse jaren zijn ‘Sterkampen’ hield. Aanvankelijk deed hij dat als ‘ontdekking’ van theosofen als Annie Besant en Leadbeater, maar vanaf 1929 op eigen kracht – nadat hij de zogeheten ‘Orde van de Ster van het Oosten’ opgeheven had. En daarmee ook de idee opgaf dat hij de ‘toekomstige Wereldleraar’ zou zijn, zoals de theosofen claimden, en tevens afstand deed van al het geld en eigendommen, verzameld voor zijn werk.

Het document van de overdracht van het landgoed Eerde aan de 'Orde van de Ster van het Oosten', dat onze gids liet zien. Het is ondertekend door baron Van Pallandt en J. Krishnamurti en gedateerd 30 september 1923. Omdat Krishnamurti – die hier in de geest van de theosofie de ‘Maitreya Boeddha’ genoemd wordt – een persoonlijke schenking weigerde, werd als compromis de ‘Eerde Stichting’ bedacht – die, net als de ‘Orde van de Ster’, geen lang leven beschoren was.


De rondleiding die wij volgden wilde ons – met enige fantasie – een blik laten werpen op de sporen van de 'Sterkampen' die rond Ommen nog zichtbaar zijn.
Maar terwijl we daar in hoog tempo verder marcheerden over het landgoed Eerde, kwam bij ons steeds sterker de vraag op: waar gaat dit eigenlijk over, waar is nu de boodschap van Krishnamurti, de kern waarmee hij zovelen bezielde? Namen wij hier soms deel aan een bedevaart – zoals die naar de tand van de Boeddha op Shri Lanka. Of was het gewoon een aangekleed ‘ommetje Ommen’ van de plaatselijke VVV?


Kasteel Eerde was ooit het hoofdkwartier van de Internationale Orde van de Ster van het Oosten.


Thuisgekomen, kreeg ik grote behoefte om voor mezelf eens op een rijtje te zetten wat Maarten in zijn toespraken zoal over Krishnamurti verteld heeft – zie de video en de citaten hieronder.

Maarten houtman over krishnamurti


Om te beginnen het videofragment ‘Het dilemma van de oefening’, Maarten Houtman over Krishnamurti, waar hij in gesprek is met Ton Lathouwers en Nico Tydeman:


Fragmenten uit sessie-toespraken

“Een mededeling van Krishnamurti, die mij eigenlijk mijn hele leven begeleid heeft, wijst in dezelfde richting: dat meditatie moeiteloos is, dat meditatie iets liefelijks is, iets wat je overkomt. Twee kwalificaties die aangeven dat je dat niet af kunt dwingen en dat je er niet voor kunt oefenen.
Het is zeer fundamenteel wat ik hier zeg, want dit is in tegenstelling tot wat traditioneel gedaan wordt.”
Meditatie is een avontuur, Eefde, juli 1990


“Ik herinner me nog dat Krishnamurti in juli 1938 in het Sterkamp, midden in het gesprek de tent uitliep en alleen maar zei: ‘Jullie kunnen het niet begrijpen…’
En dat was dit, dat je stil kunt staan bij de manier waarop je geest werkt, dat je op kunt merken hoe die geest altijd maar uitgaat naar het volgende, naar het volgende. En dat hij wil weten...
Toen hij de tent uitliep – ik zat vooraan – heeft dat ontzettende diepe indruk op me gemaakt. Ik wist toen niet waarom, ik begrijp het nu heel goed. Hij had daar toen drie à vier duizend mensen tegenover zich – dat was natuurlijk een muur van ‘willen weten’ wat op hem afkwam. Hij had gewoon een onmachtig gevoel: daar kan ik niets tegen doen, dat zet zich door.”
Waarheid is een land zonder paden, Eefde, juli 1991.
 

“Dat is onze grote moeilijkheid, om iemand  de gelegenheid te geven om te vallen, om te falen, om in angst te zitten, om verslagen te zijn. Want je kunt het niet voorkomen. Het enige wat misschien mogelijk is, is dat je die ander op het spoor kunt zetten dat het om beseffen gaat.
Ik herinner me nog dat Krishnamurti zei (dat was in 1937): “Geef mij drie mensen die volledig bewust zijn, en ik zal de wereld veranderen.”
Nou, dat heeft hij nooit meer gezegd... Want zo gaat het niet. Het is een immense … worsteling. Het is onvoorstelbaar groot wat er gebeurt.”
Voortdurend waarnemen. Sterrelaan, 23 maart 1991
 

“Wij zitten in een tijd dat het denken-voelen echt oppermachtig is geworden. En dus moet het denken-voelen eerst zijn eigen onmogelijkheid inzien, vóór het herenigd kan worden in het grote proces van de evolutie. Dat moet het zelf inzien, want anders kan het zich niet openen voor het onbewuste!
Dat is de grote verandering die heeft plaatsgehad. Krishnamurti is één van de grootsten geweest die op dit punt altijd gewezen heeft: het denken-voelen moet zijn eigen onmogelijkheid inzien, voordat… enzovoorts. En dan kan die andere weg, die noodzakelijk is, waar je niet aan voorbij kunt gaan, zijn werk doen. Maar die heeft dan geen last meer van het gekwebbel van het denken-voelen.”
Herenigd in de queeste. Huissen december 1992, dinsdag


Maarten: B. vroeg zich af of het niet zo was dat je, als je besefte waar het om ging, je ook je wil gebruikte om tot die omzetting te komen – die ik ‘mutatie’ genoemd heb. En toen heb ik gezegd ‘Nee, dat gaat niet, want de wil is, zoals wij zijn, werktuig van het denken-voelen, en het denken-voelen is het ‘ik’ en het ‘ik’ is dus afgescheiden. Dus de manier waarop het werkt, zonder dat het beseft, is altijd in de richting van het afgescheidene.’
Dit probleem waar we het nu over hebben, is waar het hele leven van Krishnamurti om gedraaid heeft. En waar hij heel duidelijk in is geweest, zeker de laatste jaren, en ontkend heeft dat dat überhaupt mogelijk is.”
Belangeloze aandacht. Sterrelaan 27 april 1991, gesprek


“Daarom vind je in al die geschiedenissen ook terug dat het onverwacht komt en verdwijnt en dat het bijna niets achterlaat in de herinnering, dan alleen het gevoel dat alles – maar dan ook alles – anders is dan je gedacht had. En dat het je tevens het bezig zijn als het ware uit handen slaat. Ook wist het iedere oriëntatie omtrent waar het begint en waar het eindigt uit. Het enige wat je weten kunt is: het is er geweest, het heeft me veranderd, en dat is dat. Dat is ook heel begrijpelijk, want alles wat in je herinnering is, is er via de zintuigen ingekomen, dus dat kan er niet van zijn.
Daarom vind ik het heel opmerkelijk dat Krishnamurti ergens zegt: vanuit het wezen kan wel iets in je duidelijk worden, maar vanuit de tijdelijkheid, vanuit je ‘ik’, kan niets van dat wat buiten de tijd is begrepen worden.”
Het vermoeden. Sterrelaan 9 maart 1996


Dat is het opmerkelijke in het boek wat Krishnamurti geschreven heeft. In die zes maanden dat hij voortdurend die onbeschrijflijke ‘aanwezigheid’ ervoer, dat het na die zes maanden fini was. Maar toen is hij niet gaan jengelen, toen heeft hij alleen gezegd: alla, het is fini.
Alles is in voortdurende staat van verandering. En kunnen wij die intensiteit in onszelf zijn gang laten gaan – je kunt hem niet ‘wekken’, je kunt het zijn gang laten gaan. Dat je in voeling blijft.
De wereld om ons heen. Vijfdaagse april 1993, vrijdagavond


“Vierentwintig jaar geleden zei Krishnamurti in één van zijn toespraken: ‘Zolang je uit  bent op ervaring, kun je niet mediteren.’
Ik snapte er geen bal van. Toch is het heel duidelijk en concreet gezegd. Zolang je het nog verwacht van het volgende moment – dat is nu heel dichtbij gehaald – kun je dit moment niet beleven, want je bent al dáár met je aandacht. En zo is ons hele leven, altijd maar weer het volgende, het volgende, het volgende. Dat belet je om de kwaliteit van je doelen te beseffen en je te ontdoen van het onnodige – want ontspannen is ook het zich ontdoen van het onnodige.”
Van seconde tot seconde loslaten. Eefde juli 1985, zaterdag


Einde van de citaten.

dinsdag 30 juni 2020

Overpeinzingen bij ‘Het moment van conceptie’

Saske van der Eerden, ‘Kissing Couple XXL‘, 2017.
Noordzeekanaal, Hempontplein, hoogte 10m. Foto: Aloys Baets, 17-06-2020 12:53

door Aloys Baets

Een paar maanden geleden werden de toespraken van de laatste sessie in Eefde – juli 1991 – op  www.maartenhoutman.nl ter beschikking gesteld. Ik was zelf geen deelnemer aan deze sessie, althans ik herinner mij er niets meer van. Naar aanleiding van een gesprek met Eva Wolf de avond tevoren, ging Maartens inleiding de volgende dag over Het moment van conceptie’.
Ik vond en vind het een heel bijzondere toespraak, die ik aan een vriendin, die niets met zen heeft, heb toegestuurd.

Hoe wonderlijk het leven is bleek deze week weer, toen ik het boekenweekgeschenk van 2020 las. Annejet van der Zijl vertelt het waar gebeurde en ongelooflijke verhaal van ‘Leon & Juliette’.
Leon is een Nederlander, die 18 jaar oud in 1818 naar Charleston afreisde om daar een bestaan op te bouwen. Daar aangekomen bij zijn contactpersoon, James Magnan, een plantagehouder met veel slaven, werd hij meteen dodelijk ziek van de gele koorts en werd verzorgd door Juliette, een slavinnetje van negen jaar oud. Tegen elke verwachting overleefde hij. In zijn dagboek schrijft hij over Juliette: "Wie de liefde van zulk een vrouw genieten mag, moet zich meer dan mens voelen."
Twee jaar later koopt hij haar voor een hoge koopsom. Later trouwt hij in het geheim met haar en weet haar en hun kinderen naar Nederland te smokkelen.

Constantin Brancusi, ‘Le commencement du monde‘, 1924.
Brons. Kröller-Müller Museum


Maar nu komt het en daar ligt het verband met de conceptie en de matrix, waar Maarten over vertelt. Hoe was de conceptie, waar Juliette uit voortgekomen is? Vanaf 1808 was de internationale slavenhandel verboden. De enige manier om aan nieuwe slaven te komen was dus om ze zelf te 'produceren’. De prijs van jonge slavinnen in de vruchtbare leeftijd schoot omhoog en de eigenaren zorgden ervoor dat deze slavinnen zo snel mogelijk zwanger werden.
De moeder van Juliette raakte op vijftienjarige leeftijd in verwachting van een tweeënvijftigjarige koopman, waarschijnlijk een zakenvriend van plantagehouder Magnan, die haar eigenaar was. Dat er uit zo'n verbinding en de eruit voortvloeiende conceptie een wezen als Juliette zou voortkomen is dan toch niets anders dan een godswonder! En dat geeft dus voor mij aan wat voor een mysterie de conceptie is.

Voor wie de toespraak beluistert: aan het eind van de tekst van de toespraak staan nog enkele vragen en antwoorden.
De volgende dag (woensdag) komt Maarten nog terug op de conceptie in een inleiding van ± 15 minuten met als titel Waarheid is een land zonder paden.
Voor de luisteraar: ook aan het eind van deze tekst staan nog enkele vragen en antwoorden. Dus deze inleiding hoort er eigenlijk ook nog bij.