woensdag 13 mei 2026

 Verhaal 

                                                                                                                  Maan -  foto: Rien Heukelom

Stroomstoring

Op maandag 20 april jl., rond 21 uur, zijn de buren en ik bezig met onze dagelijkse hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Kinderen worden naar binnen geroepen, ruzies tussen buren en/of echtelieden worden beslecht, portieren van auto’s worden dicht geslagen, fatbikes zoeven over het trottoir en het dopplereffect van de dieselmotoren van de traag voorbijgaande binnenvrachtschepen is nauwelijks merkbaar. En ik? Ik kijk naar hoofdinspecteur Kurt Wallander. Dat de zon bezig is onder te gaan, merk ik nauwelijks. Wel zie ik buiten hier en daar een lamp aanflitsen. En dat moet ik ook doen, want anders is het beeld van het beeldscherm te scherp. Ik ben volledig gespitst op de vraag van Wallander wie de celliste zo lelijk heeft toegetakeld.

Plotseling floept het beeldscherm uit. Ook de lamp is uit. Verbaasd kijk in mijn schemerige kamer. De koelkast, de CV-ketel, het klokje op de oven, de computer, allemaal doen ze het niet meer. Niets werkt meer. De tijd is weg. Ik ga naar buiten. Ook bij de buren is alles donker. En de straatverlichting is ook uit. Alles naar het noorden is donker. Alleen de verlichting van het cruiseschip aan de zuidoever van het IJ is verlicht. Ik denk nog: zij wel natuurlijk.

De buren zijn eveneens naar buiten gekomen. Eén roept: “Potverdomme: ben ik net mijn telefoon aan het opladen, valt de stroom uit”. Een ander zegt: “De hele wijk van Vogelbuurt tot IJplein zit in de chagrijn”. Een derde zegt: “Iemand op de Havikslaan wilde zijn heggenschaar testen en heeft toen een kabel doorgeknipt”. Ik vraag: “Hoe weet je dat?” De man haalt zijn schouders op: “Gehoord….” Een grapjas zegt tegen zijn vrouw: “Dat wordt over negen maanden naar de burgerlijke stand Fien.” Zijn vrouw lacht en wij ook.

Er ontstaat een begin van een gevoel ergens samen voor te staan dat direct om een oplossing vraagt, en iedereen lijkt zich bewust van dat gevoel. Want iemand roept: “We weten nu een klein beetje waar de Oekraïners voor staan. Gelukkig lossen ze het hier nog op. Althans dat verwachten we. Maar daar is er niemand voor’. Iedereen beaamt het

Toch gaan we weer onze eigen woning binnen. Ik kijk op mijn telefoon; de netbeheerder weet nog niet wanneer de stroomstoring voorbij is. Ik steek een kaars aan. Maar die voegt nauwelijks iets toe aan het wegtrekkende licht. De batterij van mijn telefoon wil ik sparen. Want hoe lang gaat het duren? Ik zit in het donker in mijn stoel. Ik kan geen enkele afleiding verzinnen. Ik kan nergens bij.

Hoe lang ik zo gezeten heb, weet ik niet. Ik voel geleidelijk de kramp van de afwezigheid van afleiding mijn lichaam binnengaan, oftewel de demon van de verveling wil mijn lichaam overnemen. Dan verschijnt voor mijn geestesoog de glimlach van Maarten. Hij zegt: “Ga er maar aan staan, Rien. Kijk eens wat het wil en niet naar wat jij wilt. Je kunt het”. Mijn lichaam ontspant zich. Dan besluit de netbeheerder het licht weer aan te doen. Het is kwart voor elf.

Rien Heukelom 
 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten