woensdag 6 januari 2016

De Maarten die in mij voort blijft leven

Als je naar de poëtische toespraken van Maarten luisterde, was wat je hoorde de stilte, wat je voelde ontroering.
Dat geeft een aandacht waar je in kunt rusten. Zoals je die alleen kent van de bijzondere momenten in je leven, waarin je geheel opgaat in het gebeuren; waarin alles wat je normaal bezighoudt en belast, van je afgenomen is.

Maarten dichtte:
Zitten is heel dichtbij de dood zijn,
zodat je zijn liefelijkheid kunt voelen.
[1]

Als we daar zaten en naar hem luisterden, in een wijde kring om hem heen, was er een intensiteit waarin leven en dood verenigd zijn, waarin ieder moment sterft aan het volgende, waarin eeuwig bewustzijn tot aanschijn komt uit de krochten van de tijd.

“Ik gebruik woorden,” 
zei Maarten in een van zijn laatste toespraken, “ik kan niet anders, ik heb niet het formaat dat ik door hier te zitten, het jullie mogelijk maak te ervaren.”
Dat begrip ‘formaat’ hoorde ik hem in dit verband één keer eerder gebruiken, toen hij zei dat hij niet ‘het formaat van Krishnamurti’ had – de leermeester uit zijn jeugd, van wiens nabijheid hij zich nog altijd gewaar was.
Het is dezelfde achting die zijn leerlingen voor Maarten voelden – die in ons blijft voortleven.

dinsdag 6 oktober 2015

Tempo

Inleiding bij de Tao-Zen-zaterdaggroep, 3 oktober 2015

Na een lange werkdag, snelle hap in de toko en avondje huiskamerzen, loop ik naar huis, een wandeling van ongeveer veertig minuten en een aangewezen gelegenheid om mijn aandacht bij het lopen te houden. Maar ik wil heel graag iets eerder thuis zijn en merk dat ik het tempo opschroef.
Op dat moment realiseer ik mij weer hoe ik mijn natuurlijke tempo niet weet. Is dat eigenlijk ooit wel het geval geweest, vraag ik me af? Als baby en kruipende dreumes heeft mijn lichaam het waarschijnlijk wel geweten maar, zoals bekend, leert een mens, een lichaam, zich razendsnel aanpassen aan het tempo van ouders, dagelijks ritme, normen van de samenleving waarin je leeft, met andere woorden: aan de verwachtingen van anderen en later ook aan de, al dan niet onrealistische, verwachtingen van jezelf.

Zo zit ik bijvoorbeeld bijna nooit in een auto, laat staan op de snelweg, maar die paar keer per jaar dat het wel gebeurt, is er altijd een moment waarop ik bewust word van de spanning die zo'n ritje in mij teweegbrengt. Zo’n autorit is overduidelijk niet de voorkeur van voortbewegen van mijn lichaam en ziel. Ook al zit ik in schijnbaar relatieve rust en veiligheid in mijn persoonlijke of gedeelde bubbel, met zakje drop en muziek van eigen keuze, de snelweg voelt als georganiseerd geweld: lawaai, agressie, intolerantie, overlevingsdrift; het is elke keer weer een opluchting om er vanaf te zijn. Het herstel kost tijd.

woensdag 5 augustus 2015

Zitten


Ik ben gaan zitten
om te luisteren
naar de geluiden
te horen hoe
stil het is

ik ben gaan zitten
om mijn honger naar indrukken
te stillen
mijn volledigheid
te ervaren

ik ben gaan zitten
roerloos
om te zien wat mij beweegt
om mij te laten
ontroeren

ik ben gaan zitten
opzettelijk
om mijzelf niet te dwingen
mijn adem vrij
te laten gaan

ik ben gaan zitten
om mijn bestaan te beamen
en mijzelf te vergeten
te herinneren
niets te zijn

dan liefde.



Jet Leopold



Met toestemming van Jet Leopold overgenomen uit de invitatie voor haar Tao-zen oefengroep in het komende seizoen: zie taozen.nl/oefengroepen


dinsdag 4 augustus 2015

Het gesprek

Inleiding in de groep taozen-oefenen van zaterdag 6 juni 2015

Het gesprek wordt wel als het moeilijkste onderdeel van ons oefenprogramma beschouwd. Moeilijk, omdat we het spreken zo gewoon zijn en het vaak vanuit conventies gebeurt. Bijvoorbeeld: je vindt dat je op een gegeven moment iets moet zeggen, terwijl je feitelijk niets te zeggen hebt of gewoon wilt zwijgen. Ergens in je spreekt dus een conventie.

Tijdens de vijfdaagse sessie van december 1987 hield Maarten ons voor dat we in het gesprek (ik citeer)
moeten proberen de woorden van degene die wat zegt te horen en als wij in onszelf een antwoord voelen opkomen of een vraag, dan te horen wat we zelf zeggen.
Daarmee verwees Maarten naar onze houding tijdens het zitten en de lichaamsoefeningen.

Kunnen we blijven luisteren?
Tijdens het zitten luister je en let je op het ritme van de adem. Tijdens de lichaamsoefeningen doe je feitelijk hetzelfde; de begeleider van de oefeningen vraagt je iets te doen en tijdens de beweging observeer je wat er gebeurt, samen met je adem, gedachten en gevoelens. En van daaruit gebeurt er iets.

Zo ook tijdens het gesprek. Ik citeer Maarten weer:
Alleen jijzelf kan opmerken of je, tijdens het gesprek, (slechts) een bekende formule opnieuw ten tonele brengt.
Het gesprek, aldus Maarten,
is een exploratie, een ontginning van waar je je bevindt in het gesprek en wat de woorden in je aanraken. Dan vervalt de hele toestand leraar-leerling, dan gaat het alleen maar om het contact. En daaruit komt iets voort. We zijn niet meer op iets uit, onze belangstelling is over en weer.

Rien Heukelom