zaterdag 26 oktober 2019

Gurdjieff's Movements - aandacht, aandacht, aandacht...

Tijdens de sessie van december 1994 vertelde Maarten Houtman deze zen-anekdote:

Er was een leerling die aan meester Ikuju, een beroemde zenmeester, vroeg: ‘Meester, wat is nu het hart van zen? Wat is de kern, de laatste waarheid?’
Meester Ikuju zweeg een poos en zei daarna: ‘Aandacht.’
De monnik dacht: ja, natuurlijk: aandacht. Maar hij zei: ‘Ja, dat weet ik wel, maar wat ligt daar nu daaronder?’
Meester Ikuju zei: ‘Aandacht, aandacht.’
En toen zei de monnik: ‘Ja, maar in de Hart Soetra wordt gezegd dat het zwijgen ...’
‘Ja,’ zei meester Ikuju, ‘dat is aandacht, aandacht, aandacht.'
Aandacht, aandacht, aandacht..., Tao-zen sessie december 1994 in Huissen, zaterdagmorgen

Ik moest aan deze passage denken, toen me pas iets overkwam waar je allerlei dure namen aan kunt geven, maar wat vergelijkbaar is met als je ergens op een verlaten plek op aarde plotseling onder een stralende sterrenkoepel staat. Of met de fascinatie die er kan zijn als je in de stad op een heldere avond hoog in de hemel de maan ontwaart.
Bij zo'n gelegenheid kun je bij jezelf constateren dat je ziel als het ware meezingt in het Al - dat is waar voor mij echte aandacht uit bestaat: totale aanwezigheid, er helemaal zijn.
Wat we meestal niet in de gaten hebben, is dat een dergelijk diep bewustzijn een sterk lichamelijke component heeft. Dat is waar mijn verhaal eigenlijk over gaat:

Ik was op een nacht - dat is voor mij vaak de tijd dat ik het helderst ben - op het internet aan het grasduinen naar geschikte muziek voor het wekelijkse shaken, toen ik op het Facebook belandde van het Konya International Mystic Music Festival, dat jaarlijks plaatsvindt in de Turkse stad Konya, rond de geboortedag van Jalal ad-Din Rumi. Op dat Facebook vond ik onderstaande video van een uitvoering van de Movements van Gurdjieff.

Ik was direct al verbluft door de ongelofelijke intensiteit van het gebeuren en het effect dat het bekijken van een filmpje van 8 minuten op me had...

Na die nacht tweemaal naar de video gekeken te hebben - en geluisterd, práchtig die muziek van Gurdjieff/De Hartmann: N8 - The Great Prayer, Dervishes with Counting - vond ik het welletjes,  maar ik had wel een gevoel dat er iets bijzonders met me gebeurd was. Wat ik eigenlijk de volgende ochtend pas goed ontdekte.

Ik doe sinds enige tijd bij het wakker worden de oefening van Maarten Houtman voor de energie-circulatie. Ik voel de noodzaak ervan steeds sterker, nu ik mijn hooggespannen verwachtingen erover heb getemperd. Onder het beluisteren van de instructie op mijn mp3-speler heb ik soms moeite m'n aandacht erbij te houden en ik val regelmatig in slaap.
Maar die ochtend was het totaal anders: ik was helder, m'n lichaam voelde heel erg aanwezig en het was alsof ik vanbinnen de energiebanen voelde liggen. Die 'totale aanwezigheid' van echte aandacht blijkt een kwestie van - letterlijk - aanwezig zijn met huid en haar, in hart en nieren ...

Hoe het uiteindelijk mogelijk is dat, in samenspraak met een video, een dergelijke intensiteit van aandacht kan ontstaan, zal wel een raadsel blijven. Sommigen hebben het bij het bekijken van een kunstwerk of bij het beluisteren van toespraken van Maarten - die ook van een intensiteit zijn dat je soms aan een paar zinnen al genoeg hebt om verder te kunnen...

Hein Zeillemaker
Eerder verschenen op Shaking Zen Blog, 7 nov. 2017

zaterdag 12 oktober 2019

Waterland

Mist veegt in flarden langs het pad
het zicht niet meer dan honderd meter,
de sloot verdwijnt
alsof de wereld ophoudt te bestaan.

De zon schetst vaag wat witte lijnen
een dak – een stal, een huis misschien,
een hond blaft, dichtbij maar toch ongezien
en ook de auto’s zijn alleen nog maar te horen.

De tijd lijkt stil te staan en alle menselijk
gedruis ver weg.

Ook ik sta stil en wil niet meer dan dit –
een kleine plek om te verwijlen.

Klaaske Fokkens
januari 1999



donderdag 21 maart 2019

Okada – meester van adem en seiza-bankje

Okada Torajiro in 1920, 49 jaar oud
“De Seiza-houding stemt overeen met de natuur. Waarom valt een pagode, zelfs een van vijf verdiepingen, niet om? Omdat zij het fysisch evenwicht bewaart. Wanneer men in de Seiza-houding zit, valt men niet om, van welke kant men ook een stoot zou krijgen.”
Okada Torajiro.
‘Een echte 'Zenner' zit in de lotus-houding op een kussen’
Zo is het bij mij van meet af aan overgekomen. Ik zag die yoga beoefenaars hun soepele benen onder zich vouwen, de rug gestrekt, de pink omhoog, en ik wist: dit is ZEN...
Zelf was ik met mijn lichamelijke constitutie vanzelfsprekend tot het bankje veroordeeld, het krukje voor de krukken, een voorstadium van de stoel. Dat werd dan met een mooi woord ‘seiza-bankje’ genoemd, maar ja, what's in a name? Eigenlijk doe je een beetje voor spek en bonen mee ... en met slechte vooruitzichten...
“Net als de Tao, is het werk van Okada Torajiro (1872-1920) misschien het gemakkelijkst te definiëren in termen van wat het niet is. Okada heeft de wereld Seiza geboden, een eenvoudig middel om jezelf te ontwikkelen, gebaseerd op een goede zithouding en een juiste ademhalingsmethode."
Joshua Shapiro, ‘The Life & Times of Okada Torajiro’, Kyoto Journal, december 2015.
Seiza was een zen-lekenbeweging die in de eerste decennia van de 20e eeuw in Japan een grote verspreiding had. Ook Graf von Dürckheim kwam er mee in aanraking, hij prijst de zachtheid van de methode in zijn boek 'Hara'.
Joshua Shapiro geeft in het aangehaalde artikel vervolgens een opsomming van wat ‘Seiza’ dan niet is:
“Als religie echt over ‘redding’ gaat, dan is Seiza (letterlijk: ‘in stilte zitten’) een religie zonder attributen. Hyper-minimalistisch als het is, schuwt het externe organisatie, tempels, tienden, dogma, theorie, canon, aanbidding, overtuigingen, literatuur, geschriften, kalender, gebeden, hymnes, priesterschap, hiërarchie, relikwieën, iconen, heiligen, eerbetoon, persoonlijkheidscultus, vakanties, mythen, kosmologie, symbolen, architectuur, wetten, geboden, uniformen en kostuums.”
En je vraagt je af, als religie echt ‘religio (= ‘verbinding’ ) wil zijn, hoe kan dat zijn als er zoveel stof in de lucht is...
Zijn conclusie luidt dan ook: Seiza is truly more zen than Zen.

En bij dat ‘Seiza’ van Okada hoorde ... het seiza-bankje – niet als een uitwijkmogelijkheid voor krukken, maar als een uitgekiende, geavanceerde manier van in balans zitten.
Voor de goede orde, we hebben het hier over de Okada, ‘meester van de adem’, van de Tao-zen sessie van maart 1983: Meester Okada en het geheim van de adem.

Seiza-bankje

Wie was die Okada eigenlijk? Shapiro vertelt:

Okada was vanaf zijn tienerjaren ‘een zoeker op het pad’, met zowel interesse in landbouwinnovatie als in de ontwikkeling van lichaam en geest. “Hij bestudeerde in vertaling de onderwijsideeën van Rousseau's 'Emile ou de l'éducation' en Plato's Politeia. Hij las ook de leringen van Confucius, Jezus, Lao-Tzu, Boeddha, Mencius, Shinran en Hakuin.”
Op zijn veertiende ervoer hij, terwijl hij temidden van de rijstvelden naar de ondergaande zon keek,  een zelf-realisatie. “Hij bezocht toen beroemde priesters en ontving training in za-zen. Hij maakte bedevaarten om vooraanstaande denkers, filosofen en staatslieden van zijn tijd te ontmoeten, op zoek naar antwoorden. En hij bezocht boeddhistische tempels en observeerde de houding van de Boeddha in standbeelden.”
En Okada zette zijn ontdekkingstocht voort in Amerika, waar hij tweeëneenhalf jaar verbleef ... tot hij bericht krijgt van zijn gearrangeerde huwelijk.

Dat huwelijk hield niet lang stand...
Eind maart 1906 verlaat Okada huis en haard, berooid. Hij trekt, in de openlucht slapend, te voet naar Tokyo, een tocht van 285 kilometer. Vervolgens woont hij daar twee jaar bij een vriend op een kamer, contact met de buitenwereld mijdend. Intussen experimenteerde hij met de ademhaling en de houding, en verfijnde zo de ‘Seiza’-methode waar hij mee naar buiten zou komen.

Twaalf jaar later woonden – “zonder sociale media,” zoals Shapiro vermeldt – 20.000 Japanners zijn dagelijkse bijeenkomsten van ‘in stilte zitten’ bij, waar hij onderwees door zijn voorbeeld en met stilzwijgende aanwijzingen. Studenten gingen er in de vroege ochtend vóór hun colleges naartoe, wars van al het hoofdwerk en alle Westerse boeken die ze moesten bestuderen. Maar ook sommigen van hun leermeesters gingen, en huisvrouwen, diplomaten, soldaten, zelfs leden van de Keizerlijke familie - kortom, tout Tokyo was erbij...
... totdat Okada in 1920 onverwachts komt te overlijden aan een nierfalen ... zijn leerlingen, die dachten dat hij het eeuwige leven had, ontredderd achterlatend...

Ik eindig met een uitspraak van Okada (die geen eigen teksten naliet), die aantoont hoe onconventioneel hij was, en die mij als beoefenaar van het ‘shaken’ een grote voldoening gaf:
“The essence of seiza is not limited to the sitting form. I introduced this kneeling style because it's well suited to the Japanese sitting custom. Were I European, I would teach with dance. We cannot dance if our center is not stable, firm, and balanced.”
Ook op dat bankje zitten we niet gebakken, iedereen zal zijn eigen oefening vinden en zijn eigen vorm.

Hein Zeillemaker


woensdag 12 december 2018

Een heilige voor Frankrijk

Bij het lezen van ‘Wachten op God’ van Simone Weil

Ik heb als telg uit een gereformeerde familie heel wat dominees voorbij zien komen - ook die van ver moesten komen en bij ons als logé of gast aan tafel verbleven. Dat waren ‘de besten’, heette het. Eigen dominees wekten niet zoveel geestdrift op...
Dat veranderde toen er in 1955 een nieuwe voorganger kwam met een duidelijk afwijkend profiel: dominee Valkhof. Hij was een nog jonge man, begin dertig, die met zijn exotisch ogende vrouw en kinderen intrek nam in de pastorie.
Ds. Valkhof was een bevlogen man. Dat alleen al wekte de nodige weerstand op onder de gemeenteleden ... hij was ongewoon ... was hij wel ‘één van ons’...
Nee, dat was hij niet. Ik hoorde al gauw van mijn vader - die ouderling was - wat zijn achtergrond was: Valkhof was een zogenaamde ‘bekeerde Jood’. Hij was dus niet iemand aan wie het lidmaatschap van generatie op generatie doorgegeven was en, zoals wij, vlak na de geboorte gedoopt was, maar iemand van buiten, die bewust voor de kerk - en in dit geval het Christendom - gekozen had, en bovendien nog een speciale roeping had - wat de ijver die hij als predikant aan de dag legde wellicht verklaarde... Hoe dan ook, er waaide een frisse wind in de gemeente.
Reinhard Valkhof werd bij ons thuis op handen gedragen: eindelijk een zielenherder die vanuit z'n hart sprak, en niet vanuit vooropgezette ideeën of dogma's. Hij had ook mijn sympathie en ik belandde bij hem op catechisatie, ook al werd ik uiteindelijk geen ‘belijdend lid’.

Ik moest hieraan denken toen ik onlangs de vertaling van Attente de Dieu van Simone Weil ter hand nam. Ook zij was een ‘bekeerde Jood‘, die, net als mijn dominee Valkhof, uit een welgesteld intellectueel milieu kwam, maar welbewust een weg koos tegen de stroom in.
Maarten van der Graaff wijdde in de NRC van 18 november een artikel aan ‘De filosofe die koos voor een leven als fabrieksarbeider’: “Het werk van de Franse Weil laat je voelen wat de onderdrukten voelen. Vijfenzeventig jaar na de dood van de filosofe en mystica is het actueler dan ooit.”

Simone Weil, 1909-1943

In Wachten op God schrijft Weil over ‘aandacht als liefdevolle houding’, die zichtbaar maakt wat aan het zicht onttrokken wordt door de willekeur van machtsrelaties. Die aandacht komt voort uit wachten, uit stilte, een ‘passieve activiteit’, die ze ook aantreft in de Bhagavad Gita, en bij Lao Tse.
Weil gebruikt er het het klassiek Griekse begrip εν υπομονη voor: wachten ‘in geduld’. Bij Maarten Houtman kwam ik het tegen als ‘het grote wachten’: maartenhoutman.nl/laatste/okt2004/zondagmi/

Weil noemt deze liefde tot de schone orde der wereld - die zij trouwens node mist in het Christendom -  ‘een aanvulling op naastenliefde’. We leven in een droom, zegt ze, en wie wakker wil worden en ‘de ware stilte’ wil vernemen, moet afstand doen van zijn denkbeeldige centrale plaats in de wereld:
Er bestaat een realiteit buiten de wereld, dat wil zeggen, buiten ruimte en de tijd, buiten het mentale universum van de mens, buiten elke sfeer die toegankelijk is voor menselijke vermogens. In overeenstemming met deze realiteit, is er in de kern van het menselijk hart een verlangen naar het absolute goede, een verlangen dat er altijd is en nooit wordt gestild door enig object in deze wereld ....
Die realiteit is de unieke bron van al het goede dat in deze wereld kan bestaan: dat wil zeggen, alle schoonheid, alle waarheid, alle gerechtigheid, alle legitimiteit, alle orde, en al het menselijk gedrag dat zich bewust is van verplichtingen ....
Hoewel het buiten het bereik van menselijke vermogens ligt, heeft de mens het vermogen om zijn aandacht en liefde hierop te richten ....
De combinatie van deze twee feiten - het verlangen diep in het hart naar het absolute goede, en het vermogen, hoewel alleen latent, om aandacht en liefde te richten op een werkelijkheid buiten de wereld en het goede daarvan te ontvangen - vormt een schakel die elke mens, zonder uitzondering, verbindt met die andere realiteit. Wie die realiteit herkent, herkent ook die schakel. Daarom zal hij ieder mens, zonder enige uitzondering, als iets heiligs beschouwen dat zijn eerbied verdient. Dit is het enige mogelijke motief voor een universeel respect voor alle mensen.
Simone Weil, Profession of Faith - Draft for a Statement of Human Obligation (1943)
Maarten van der Graaff eindigt zijn krantenartikel als volgt:
“De ideeën van Simone Weil over arbeid, aandacht en het decentreren van de eigen ervaring, zijn een bron van weerstand tegen de mens als middelpunt van een maakbare wereld, waar hij, door onderwerping van mens en dier, tot de laatste snik winst uit wil persen.”