maandag 7 mei 2012

Voor Maarten




Te Doeterniettoe om Nooittelaat
daar heeft zij met mij afgesproken.
Ach mijn ah en au is zij,
het hondsdiep van mijn nooddruft,
de skipbreuk van alle sekerheid.



Frans Kuipers



vrijdag 4 mei 2012

Het individuele probleem is het wereldprobleem

(voorpublicatie uit het boek ‘Verlicht en Verlost’ door Hein Stufkens en Annemiek Schrijver, dat in juni 2012 verschijnt bij uitgeverij Ten Have)


Om mij heen zag ik na de gesmoorde revolutie van de zestiger jaren een tweedeling ontstaan: de ene groep oud-strijders van mei ’68 begon aan ‘de lange mars door de instellingen’ om te proberen van binnenuit alsnog de samenleving te veranderen, de andere groep keerde zich van de samenleving af en geloofde alleen nog maar in het gaan van de weg naar binnen. En als geboren weegschaal kon ik maar niet kiezen. Daarover schreef ik in 1976 een artikeltje in het inmiddels verdwenen tijdschrift Sfinx. 
Voor de reactie die daarop kwam van de zenleraar Maarten Houtman, ben ik hem tot op de dag van vandaag dankbaar. Hoewel hij zelf als volgt als eerste zijn dank betuigde: ‘Ik ben Hein Stufkens hoogst dankbaar voor zijn juiste en kritische beschrijving van het verschijnsel van de twee kampen zoals die zich aan ons voordoen, omdat het mij de gelegenheid geeft de gemeenschappelijke wortel te ontdekken en er hier in het kort iets over te zeggen.’
De kern van zijn artikel is te vinden in deze passage : 
‘Echte meditatie drukt de mens met de neus op de daagse werkelijkheid. Zo streng zelfs, dat de gedachte aan veranderingen in de toekomst niet toegelaten wordt. Wij gaan onszelf beleven als actieve medespelers in het grote geheel van het maatschappelijke- en wereldgebeuren. We gaan echter ook ontdekken dat geweld, agressie, wantrouwen, leugen en manipulatie ook vertakkingen in onszelf hebben. En dit nu maakt de studie van zo’n indringend karakter. Wij zien dan vanzelf de groteske dwaasheid van het zaken buiten ons bestrijden die in ons nog niet geklaard zijn. Anderzijds zijn de misstanden buiten ons te duidelijk om ons niet te doen beseffen dat we op de vlucht zijn, wanneer we alleen maar aan onszelf zouden werken.’

De kern






© Ingrid Bakker

maandag 9 april 2012

Ruis

Het is nooit stil in mijn hoofd, zelfs als het stil is.

Ik heb tinnitus aan mijn linkeroor, al minstens twintig jaar. Als ik bezig ben met alledaagse dingen merk ik meestal niets van de hoge toon in de linkerhelft van mijn hoofd, een toon die klinkt als een kruising tussen de nullijn op een control panel waarop het geluid per ongeluk aanstaat en de deksel van de thermoskan, die niet goed of juist te strak aangedraaid is.
Als ik zit te lezen of schrijven merk ik het altijd op, voor het slapengaan kan het mij heel lang wakker houden en natuurlijk dient het zich vooral krachtig aan bij het zen-zitten. Hoe dan ook, ik moet er altijd voor buigen, er doorheen. Ik betreur deze toestand vaak en ben er mee naar de dokter geweest, die mij allerlei websites aanbeval, waarop je kunt oefenen en ermee leren leven. Ik heb er nooit naar gekeken.

Mijn tinnitus brengt mij keer op keer tot de realisatie dat alles flux en trilling is en wat zich afspeelt in de tijd en ruimte één grote beweging van geboorte en dood.

Soms word ik er gek van en wil dat het ophoudt. Er valt echter niets te willen. Bij het zitten registreer ik dat de toon er oorverdovend aanwezig is. Soms kom ik nauwelijks verder in deze voor mij beschikbare versie van de stilte en soms lukt het mij wel om in acceptatie rustig te zitten en mijn aandacht te richten op wat er op dat moment dobbert op de golven van mijn bewustzijn.

Misschien is de toon in mijn hoofd gewoon de radiofrequentie waarop ik mijn leven ontvang  - jammer genoeg een beetje fout getuned - en wordt het pas echt interessant om te beleven wat het volgende kanaal van ontvangst zal zijn.

Lene Gravesen