vrijdag 5 juni 2015

Sprong in het Onbekende

Museo Archeologico di Paestum - Tombe van de Duiker, de gaafste fresco's uit de Griekse oudheid.
[klik om te vergroten]

Paestum - door de Grieken 'Poseidonia' genoemd - is gelegen aan de rand van een enorm opgravingsgebied, met de drie best bewaarde Griekse tempels van Italië. Veel van wat er gevonden is, wordt bewaard in het Archeologisch Museum.
Toen ik daar afgelopen mei de zaal op het bovenstaand panorama betrad, werd ik getroffen door de werking die van het verstilde tableau met 'De duiker' uitgaat.

Drie van de vier in de 'Tombe van de Duiker' gevonden tableau's laten scenes zien van een symposion, een viering in de mannenvertrekken, met zuiveringsriten, drank en muziek, waar ook de overledene aanzit.
De vierde is het fresco van 'De duiker', die het plafond van het graf vormde.
Het toont een menselijke figuur die, dynamisch maar eenzaam, tussen hemel en aarde zweeft, temidden van een landschap van kosmische dimensies: achter hem rijzen de Zuilen van Hercules, de grens van de bekende wereld; beneden wacht de Oerzee, die hem straks zal opnemen.
De figuur van 'De duiker' staat symbool voor de reis van de ziel door het Onbekende, voorbij alle plaats en tijd. De geleerden zijn het erover eens dat de symboliek van het tafereel de opstandings-gedachte van de Pythagoreeërs ademt.
Tombe van de Duiker - Paestum (Z-Italië), 480 v.C.
[klik om te vergroten]

maandag 2 maart 2015

Kamer 7

Wat doe je als de bodem onder je wegvalt,
als je allerliefste ernstig ziek wordt?
Je raakt in paniek en constateert hoe sterk je bent,
dat je inderdaad de spreekwoordelijke auto zou kunnen optillen
als je kind eronder lag.

En dan ga je het soort leven leiden, dat je altijd
hebt nagestreefd,
alleen wil je het nu niet meer,
elk moment vluchtig delicaat
als wilde aardbeien op een strohalm geregen.

Goeie en slechte momenten;
je bekommert je niet om het verleden en de toekomst …
daar denk je niet aan.
Hij leeft. Jij leeft.

Elke schemering loop je vastberaden,
op tenen gelaarsd en voelbaar de welbekende weg
naar het ziekenhuis;
het licht neemt dagelijks toe,
soms wind, soms regen
soms wind en regen
en je neemt de trap naar de zesde verdieping,
honderdtwintig treden,
niet wetend hoe je hem gaat aantreffen.

Dan zit je naast hem in zijn kamer,
hij ziet er elke dag anders uit op de witte kussens,
een mooie man, levende vanitas.

Een zwerm van zwarte vogels – ik weet de soort niet, hij wel –
nadert vanuit de richting van de Rembrandttoren,
en op de buis drie Nederlanders op de medailletribune in Sotsji,
waar Pussy Riot elke dag gearresteerd wordt.

Zijn eten wordt binnengebracht door een aardige dikke
moslimvrouw met hoofddoek,
een zuster komt binnen met medicijnen.
Ik kijk hem in zijn ogen, groter
en opener dan ooit tevoren,
een glimlach gedeeld.

Je ervaart nu – eindelijk en in een rotsituatie –
het pure leven.
En iedereen weet het, in theorie tenminste,
of je ooit een minuut op een meditatiekussen hebt gezeten of niet.
Je hebt het talloze keren gehoord en gelezen, hoe
intens het leven, het genieten, wordt als de illusie van zekerheid wordt afgerukt
als zoveel sluiers van het mooi gezicht van een Byzantijnse slavenmeid.

Zo wordt het leven heel simpel:
je verricht de nodige handelingen, thuis en op je werk,
aanwezig in de minuten van de voortschrijdende dag.
Bij je geliefde ben je
in contact met het onnoembare,
eeuwige thuisland.


Lene Gravesen, 20 februari 2014

dinsdag 10 februari 2015

Denkend aan Maarten

Ik zal het nooit vergeten, die eerste zaterdag van februari 2011. Maarten was op 5 januari overleden, dat wist ik wel, maar ik was niet bij de uitvaart aanwezig geweest. Ik zat al jaren bij Maarten maar was als “laatkomer” binnengekomen, zat niet bij de inner circle van mensen die hem al dertig jaar persoonlijk kenden en van alles met hem samen hadden doorgemaakt. Hoewel ik een paar gesprekken met Maarten had gehad, had ik niet het gevoel dat wij elkaar echt kenden. Ik beschouwde hem als mijn leraar, dat zeker, en had als zodanig natuurlijk wel kunnen gaan.

Hoe dan ook, ik ging op die betreffende zaterdagochtend in februari hiernaartoe in de zekere veronderstelling dat die ochtend gewijd zou worden aan herinneringen aan Maarten, dat er uitgebreid stil gestaan zou worden bij zijn overlijden.
Ik had het fout. Rien deed de mededeling dat Maarten overleden was, een paar mensen wisten het niet en schrokken van het bericht, en daarna gingen we zoals gebruikelijk zitten. Dat was het? Ik kon het niet geloven. Mijn hoofd explodeerde. Eerst in een soort van innerlijke woedeaanval. Wat een armoe, dacht ik. Zijn wij met z’n allen werkelijk niet in staat om hier iets moois, iets plechtigs van te maken? Waarom zegt niemand wat? Niet dat Rien dat had hoeven doen hoor, we runnen tenslotte met z’n allen deze club en iedereen had een paar woorden kunnen zeggen als de innerlijke noodzaak of behoefte er was geweest. Ikzelf bijvoorbeeld. Maar ook ik hield mijn mond en zat in stilte te koken. Na een tijdje dacht ik: dan maar zelf iets doen, dan maar op z’n Tibetaans. Bij de Tibetanen aan de Brouwersgracht was ik jarenlang vreemdgegaan en nu ging ik datgene toepassen, wat ik eigenlijk nooit goed had gevonden, laat staan gekund, namelijk de kleurrijke visualisatie-techniek.

maandag 1 december 2014

De oneindige ruimte van het niet-weten

Op mijn muziekblog www.shakingzen.nl vertelde ik iets over de sfeer die zich ontspon in de begintijd van The Silk Road Ensemble.
Yo-Yo Ma beschrijft hoe tijdens de voorbereidingen van hun eerste album, When Strangers Meet, de studio prompt veranderde in een zijderoute caravanserai, met de klank van talen en muziekinstrumenten van over de volle breedte van het Euraziatische continent.
In dat verband doet hij een opmerkelijke uitspraak over het creatieve proces wat daar op gang kwam:
“Part of being artistic is being prepared to ask questions you don't have the answers to. It's something that happens inside you - something that's very private, very intimate, but if you locate your question and if you're able to make it come alive in a musical form, and somebody else receives it and it comes alive within them, you can get pretty connected to another person.”
Omdat ik dit las, terwijl ik bezig was met de bewerking van de ‘toespraak van de maand’ voor december 2014, gingen bij mij alle belletjes rinkelen.
Maarten zegt daarin namelijk het volgende:
“Van dat volgehouden werk in jezelf, is maar een heel klein deeltje wat jij doet. Het meeste wordt voor jou gedaan, in jou. Zo is het, en niet anders. Het enige wat van je gevraagd wordt is hier aandacht voor hebben, en niet altijd maar weer op dezelfde manier dóór te gaan met in je gedachten en je gevoel rond te draaien. Inderdaad die houding in te nemen van ‘ik weet het niet’, zodat je kunt luisteren, kunt voelen.
Je zult ook zien dat de wijze waarop de gedachten zich in jou verwerkelijken, van karakter verandert. Ze zijn veel helderder en veel verfijnder, en ze laten zich bekijken. Ze hebben geen haast, ze rennen niet van de ene wetenswaardigheid naar de andere. Ze zijn niet op zoek naar een oplossing. Zoals een slenteraar, verwijlen ze bij alles wat zich voordoet. Ze nemen de tijd om juist bij dat wat nog niet helder is, lang stil te staan.
Dat is iets wat wij nooit doen, wij willen ervan weg, juist daar waar het onbekend is, waar een vraag een vraag blijft – wanneer is dat, dat bij ons een vraag een vraag blijft… dat pikken we toch niet?
Maar je gaat merken dat het iets heel bijzonders is, om een vraag een vraag te laten, en er niet bij in slaap te vallen, om datgene wat er is, zich aan je te laten ontvouwen.
In dat ontvouwen verander jij. Je kunt het niet versnellen. Want dat wil je natuurlijk ook wel weer, zo is het ‘ik’. Als je het versnellen wilt, is het weg, foetsie! Als je het verlangzamen wilt, is het weg.
Je moet alleen maar volgen, en zien wat het aan je wil tonen. De macht ligt dáár, niet bij jezelf, die ligt elders.”
De oneindige ruimte van het niet-weten, Tao-zen sessie 13 december 1996 in Huissen